Questioning Justice
Questioning Justice
2025/26
The Citizenship Award, celebrating its 21st anniversary this year, rewards people who put into practice the Foundation’s objectives and ideals in an exemplary way by promoting a society of active, committed citizens who stand up for the welfare and happiness of others and who contribute to a more just, tolerant and respectful society for all.
The 21st Citizenship Award honours two Belgian women whose commitment to truth, justice, and human dignity is exemplary:Yasmien Naciri and Colette Braeckman.Through their respective journeys, they illustrate the power of engaged voices—whether expressed through writing, in the public sphere, or on social media—and their essential role in our society. Two women, two generations, one shared struggle for truth, justice and human dignity.
Yasmien Naciri is a lecturer, author, opinion maker, marketing consultant, and a true go- getter. For over ten years, she has been actively involved in multicultural aid organizations and youth work. She has published inspiring books and fights against prejudice and class-based injustice.
Colette Braeckman has been a senior reporter at Le Soir for 50 years. She has covered numerous world events, including the Carnation Revolution, the fall of Ceausescu, and conflicts in Africa, with coverage of Rwanda and Congo that had a global impact.
I thank the Foundation P&V for the honour to meet those two exemplary women, and to pronouce the laudation of Yasmien Naciri.
It certainly was a very special feeling, after receiving that prestigious award myself - together with judge Michel Claise in 2016. In a way indeed, I “fulfilled the circle”, whsipered co-president professor Olivier Servais in my ear when I descended the podium last Tuesday, but most of all, as No One Lives Forever (#NOLF) it was an unexpected opportunity to present - not without some emotion - my ‘political testament’.
As I mentioned Albert Camus (in his ‘Actuelles II, Une morale est possible’, Editions Gallimard 1953), may I rest my case with this additional quote (p. 23 -27):
“La justice meurt dès l’instant où elle devient un confort, où elle cesse d’être une brûlure, et un effort sur soi-même. (…)
Et quel est le prix de l’homme qui bouche ses oreilles au cri de la victime, et qui, devant l’injustice, consent à baisser le front ? (…)
Pourtant, la différence est déjà grande entre ceux qui choisissent de risquer et cex qui choisissent de se taire. (…)
Ceux-là, et eux seuls, ont su racheter, jour après jour, le déshonneur où nous survivons.”
Please read the complete brochure of this 2025 Citizenship Award (in English), with an interview with both laureates, and both laudations:
https://www.stichtingpv.be/documents/d/foundation-pv/fpvs_bro_bppc2025_v3_web_def
Read the Acceptance Speech of Yasmien Naciri (in Dutch) via the site of the Hannah Arendt Institute:
https://hannah-arendt.institute/nieuws/yasmien-naciri-burgerschapsprijs-hannah-arendt-instituut/
You find here after, the laudatio ‘verbatim’, as I pronounced it in Dutch and French:
Geachte genodigden, chers invités,
Beste Hilde, Cher Olivier, Jessy, Saskia et Dunia,
Beste leden van de jury, en oud- laureaten,
Cher Yvon, Chère Collette, Beste Yasmien,
Met een gedroomd intergenerationeel tandem dream team gaat de Burgerschapsprijs vandaag haar derde decennium in. Collette en Yasmien verbinden meteen een alert verleden met een waakzame toekomst, en herinneren aan de duo’s van 2008 met zuster Jeanne Devos en Simone Süsskind, en van 2014, met wijlen Reinilde Decleir, en Ho Chul Chantraine.
Geen strijd van jullie voorgangers is vandaag gestreden. Al hun engagementen blijven actueel. De Burgerschapsprijs lijkt met deze 21 edities en 32 laureaten sinds Fadéla Amara en Job Cohen in 2005, ondertussen wel een inventaris van mondiale problemen, maar tevens een regenboog van hoop.
De Burgerschapsprijs is een eerbetoon, maar geen cadeau. Het is een opdracht, een missie. No One Lives Forever: bij iedere Burgerschapsprijs wordt het politieke testament van de voorgangers doorgegeven, met iedere nieuwe laureaat wordt dat engagement verbreed, verdiept, verjongd.
Het engagement van Collette en Yasmien getuigt van een authentieke beleving, de incarnatie van een permanente strijd voor waarheid en voor recht, en biedt exemplaire inspiratie in een fundamenteel onstabiele wereld die beheerst lijkt door populistische potentaten.
Geert Mak - co-laureaat anno 2019 met Virginie Nguyen Huang – benadrukte het in zijn nieuwste boek over het presidentschap van Franklin Roosevelt: nu, zoals toen, staan niet alleen grote geopolitieke belangen op het spel, maar een bedreiging van de fundamenten van het internationale recht en de democratische rechtstaat zelf.
Dans son ‘Discours à la jeunesse’ de 1903, Jean Jaurès évoqua la République, que j’ose remplacer dans cette citation par la notion de l’Etat de droit: “L’Etat de droit est un grand acte de confiance et un grand acte d’audace”. Les mots clé restent : confiance et audace.
Ce discours de Jaurès fut une laudatio à cette “oeuvre nouvelle, audacieuse et sans précédent”,
qu’il opposa à l’oligarchie des anciennes républiques de la Grèce, et Rome, où une aristocratie dominait le monde.
En effet, fondamentallement different, la République, la démocratie, mais surtout l’état de droit, protège une société où – toujours dans les mots de Jaurès – “il n’y a que des citoyens, et où tous les citoyens sont égaux”.
Par contre, de nos jours, l’adoration pour l’autoritarisme et l’élitarisme, une nostalgie réactionnaire et nationaliste renaît.
De verdediging van de rechtstaat en de weerbaarheid tegen dat kruipend fascisme vergt een engagement voor het leven, voor de generaties na ons. Journalisten en opiniemakers zoals jullie staan op nieuwe frontlinies, oog in oog met nieuwe bestormingen die mijn generatie nauwelijks voor mogelijk hield.
Jullie voeren een positieve strijd, niet uit wanhoop, en met meer dan moed. Stoutmoedigheid, het sleutelwoord van Jaurès, is het sleutelwoord voor ook deze Burgerschapsprijs.
Stoutmoedigheid is vandaag meer nodig dan ooit in ons leven, want zelfs het EVRM, vandaag 75 jaar oud, wordt in vraag gesteld.
Bon anniversaire aujourd’hui donc à la CEDH, Convention Européenne des droits de l’homme !
Cependant, cet anniversaire difficile, prouve que rien est acquis pour toujours. Mais vous avez déjà une vie marquée par un engagement audacieux. Vous vous inspirez donc de cet encouragement de Jaurès: “L’audace même de la tentative contribue au succès”. C’est ce que Camus appela ‘la révolte vivante’.
Beste Yasmien,
Scripta manent, zelfs in een tijd van digitale vluchtigheid.
Je houdt stand in de digitale oorlog van de sociale media, en terecht. Nee, we laten ons niet wegpesten door de trollen in hun echokamers van de haat: ‘Quand tous les dégoutés s’en vont, il n’y a que les dégoutants qui restent’.
Zoals toen je in 2018 in een precedent voor België een internettrol ontmaskerde en liet veroordelen. Niet de straf was je doel, maar het masker afrukken van zijn laffe en griezelige anonimiteit, en de openheid van de confrontatie.
Er zit ook een ‘vechtersbaasje’ in jou, vertelde je ooit.
Je dapper precedent bereidde mee de weg voor het historisch proces tegen de extreem-rechtse groep Schild & Vrienden.
In datzelfde jaar 2018 publiceerde je een krachtig eerste boek met de stoutmoedige titel: ‘We nemen het heft in handen’. Je beschreef er onze samenleving als één groot vraagstuk, waarvan iedere burger een deel van de oplossing is. Je schreef het voor de nieuwe generatie die er aan komt: jong, gekleurd, opgeleid en mondig, en die behoefte heeft aan een verhaal dat hoop biedt.
In een bijna profetische vermelding had je het toen over Adil El Arbi - ondertussen je voorganger in de Burgerschapsprijs 2023, maar dat kon je in 2018 natuurlijk niet weten. Wat je wel wist, is dat jullie “dezelfde dromen koesteren”, en jullie zich verzetten tegen ‘symbolische annihilatie’, het wegfilteren van culturele minderheden.
De brug naar je nieuwste boek ‘Klassenjustitie. Hoe blind is Vrouwe Justitia’ – dat start met het proces Reuzegom - is daarmee meteen gemaakt, want Adil overweegt nu een film te maken over de dood van Sanda Dia.
Het Reuzegom -proces, dat zowel in de rechtbank als de media gevoerd werd, flakkerde wantrouwen op tegenover ons rechtssysteem, politie, en bij jou zelfs “alles wat in de buurt komt van macht”. Je schreef dat “wantrouwen is ongelooflijk vermoeiend is want het druist in tegen al mijn maatschappelijk engagement”.
Je zocht de blinde vlekken van justitie, de systeemfouten, de gaten in de blinddoek, de ongelijkheid in de zoektocht van recht-zoekenden. Je duidde de drempels, het gebrek aan weerbaarheid van het begin tot het einde van een rechtsgang, van de geheimtaal van een procedure tot in de ‘gekleurde gevangenis’, met ook het verschil tussen white/blue colour crime, zoals met Afkoopwet.
Oplossingen heb je niet met zekerheid aangereikt, maar Justitie zal zelf nooit betere antwoorden kunnen bieden, als ook aan Justitie zelf niet eerst de goede vragen worden gesteld.
Tu as écrit bien plus – et mieux – qu'un ouvrage juridique, car à juste titre, tu considères la justice de classe comme le prolongement des inégalités dans l'ensemble de la société, une société de classes avec un enseignement, un marché du travail, et des soins, toutes avec les mêmes défauts et les mêmes lacunes.
Ton livre rend ainsi hommage à l'héritage de Stéphane Hessel, notre lauréat de 2011: non seulement son appel « Indignez-vous ! », mais aussi et surtout sa résistance. Pas de paroles sans action.
Daarnaast wijs je ook op ‘klassenjournalistiek’, in de zaak Reuzegom. Bestaat ook bij de pers, onze vierde staatsmacht, zoals bij de magistratuur, ‘selectieve empathie’?
Je verdedigt wel de magistratuur tegen de agressieve populistische aanvallen, maar tegelijk vraag je de magistratuur – in de woorden van laudator Bert Kruismans anno 2016 – ‘in het eigen hart te kijken’. De schandelijke examenfraude bij de Hoge Raad voor de Justitie illustreert een klassenjustitie bij uitstek: ‘ons kent ons’. Het interactief systeem van klassenjustitie die klassenjustitie bestendigt, werd zelden meer ontluisterend geïllustreerd.
Je boek viel niet in goede aarde bij iedereen. Een advocaat-publicist vond dat je slecht geplaatst was om te vertrekken vanuit je eigen ervaring met justitie.
La justice n'est pourtant pas la propriété ni le monopole des juristes. La justice appartient à tout le monde. Comme ta mère te l'a dit un jour: « Le droit n'est pas seulement là pour les juristes, mais aussi et surtout pour nous ». D'où ton ambition affichée avec ton livre: « rendre le droit aux citoyens ».
Beste Yasmien, je grootvader kwam naar hier, om in Limburg voor ons te delven naar het ‘zwarte goud’. Het was niet – zoals in het ontroerend lied(**) van Benny Neyman (‘Het Land Van Het Zwarte Goud’) – zijn geboortegrond, maar hij heeft er alles voor gegeven.
Jij hebt op jouw manier – maar ook met iedere vezel in je lijf – gewerkt, geboord, gedolven naar rechtvaardigheid. Op je tocht heb je zoals hij, getrild, gezweet, soms gevloekt en getwijfeld.
Je hebt een schat aan inspiratie aangeboord, de gouden ader die onze democratie irrigeert: dat wakkere en sprankelende burgerschap.
Al onze felicitaties, goede moed, en blijf stoutmoedig!
Vive l’audace !
(*) Met dank aan de Stichting P&V voor de tekstovername hierboven uit de brochure, en enkele foto’s.
(**) Link naar YouTube voor het lied van wijlen Benny Neyman:
https://www.youtube.com/watch?v=PvJONzBjYMY
Citizenship Award 2025 (*) (E version)
4 november 2025
“La justice meurt dès l’instant où elle devient un confort, où elle cesse d’être une brûlure, et un effort sur soi-même.”
Albert Camus (‘Actuelles II, Une morale est possible’, Editions Gallimard 1953)